Internationale incasso – B2B

Het Europees betalingsbevel dat van toepassing is op alle landen van Europa, met uitzondering van Denemarken, is geregeld in de Europese verordening nr. 1896/2006. Deze procedure heeft als doel de internationale incassoprocedures binnen de Europese Unie te versnellen.

DE EUROPESE BETALINGSBEVELPROCEDURE (EUROPEAN PAYMENT ORDER) – E.B.B.

De vereisten om een E.B.B. te verkrijgen: 

  • Tenminste één van de twee partijen moet zijn woon- of verblijfplaats binnen de Europese Unie hebben; 
  • De vordering is vaststaand en opeisbaar; 
  • Het gaat om een civiele dan wel handelsvordering.

Het voordeel van deze procedure is de efficiëntie en de snelheid waarmee het verzoek voor een betalingsbevel bij de bevoegde Rechtbank kan worden ingediend.

 In feite kan bij een E.B.B., door enkel het vermelden van boekhoudkundige bewijzen die ten grondslag liggen aan de vordering, de authenticatieprocedure bij de ambtenaar vermeden worden. 

Als aan alle wettelijke vereisten is voldaan, zal de rechter binnen 30 dagen na indiening van het betalingsbevelverzoek een besluit nemen.

Wanneer het betalingsbevel eenmaal bekomen is, moet deze worden betekend aan debiteur conform de wet en regelging van het land waarin debiteur woonachtig is. Vanaf het moment van betekening heeft debiteur 30 dagen om: 

  • Over te gaan tot betaling; 
  • Verweer aan te tekenen

Indien debiteur de vordering betwist en een gegrond verzet aantekent tegen het betalingsbevel, zal de procedure omgezet worden naar een gewone dagvaardingsprocedure, conform de geldende wetten van het land waarin de jurisdictie is gevestigd.

Als het E.B.B. omgezet wordt naar een uitvoerbare titel (standaardformulier G) kan de uitvoering zonder meer gestart worden ongeacht om welk land van de Europese Unie het gaat. Het is dus niet meer nodig om een homologatieprocedure (exequaturprocedure) te voeren voorafgaand aan de executiefase. 

    Onze Cliënten en Partners

    58
    Consultants
    457
    Cases completed
    85
    International dispute